Dag in dag uit ben ik uw vreemdeling

Jaren geleden woonde ik in Utrecht de oratie bij van de Zuid-Afrikaanse schrijver Marlene van Niekerk. Zij was voor een korte periode als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht met deze leeropdracht: de positie van de romanschrijver in post-Apartheid Zuid-Afrika. Maar in plaats van een betoog over dit onderwerp te houden, las zij een kort verhaal voor: The Fellow Traveller. Op het vliegveld van Kaapstad, terwijl ze worstelt met haar speech, komt de verteller (Van Niekerk zelf) een wat excentriek oud dametje tegen, gekleed in een zijden jas en met een roze hoed op. Het blijkt Elizabeth ‘Liz’ Costello te zijn, een personage uit twee romans van J.M. Coetzee. Liz is net als Van Niekerk een schrijver en ze is een kenner van Nederlandse poëzie. Ze zijn vanaf dat moment tot elkaar veroordeeld.
Ik ben een schrijver, ik vertel verhalen, verwacht niet méér van mij. Dat is wat ik destijds onthield uit het verhaal van Van Niekerk. Ik vond het iets ontwijkends hebben, iets typisch postmoderns ook. Als een schrijver ‘slechts’ verhalen vertelt en niet iets kan of wil zeggen over haar positie in de samenleving, wat blijft er dan nog over van die positie? Is een hoogleraarschap aan een publieke instelling dan nog gerechtvaardigd?

TheIraqiChrist-cover Deze maand was de Fins-Iraakse schrijver en filmmaker Hassan Blasim te gast in Pakhuis de Zwijger, uitgenodigd door het Grote Midden-Oosten Platform. Schrijver en journalist Hans Maarten van den Brink sprak met Blasim over de oorlog in Irak, migratie, identiteit, taal en schrijven. Blasim kwam nogal nuchter over. Migratie vindt hij de normaalste zaak van de wereld, taal is slechts een instrument, een band met bepaalde landen of plekken op aarde heeft hij niet en over het schrijverschap koestert hij al helemaal geen verheven gedachten. Blasim is, zo bleek, vooral geïnteresseerd in verhalen vertellen.

En dat is een kunst die hij beheerst. In 2010 werd Blasims verhalenbundel The Madman of Freedom Square vertaald van het Arabisch naar het Engels, gevolgd door The Iraqi Christ in 2013. Het intrigerende titelverhaal van The Iraqi Christ zuigt je een surrealistische en gewelddadige wereld binnen, enigszins vergelijkbaar met een videogame. De dood kan elk moment toeslaan, maar de dood is niet altijd het einde. Blasims Christus heet Daniel, een jonge christelijke soldaat met een gave: hij kan onheil voorspellen. Vandaar dat de andere soldaten, onder wie de verteller, graag dicht in zijn buurt blijven. Zo verlaat Daniel op een dag de loopgraaf om even in de schaduw te liggen, op de voet gevolgd door zijn kameraden. Een half uur later wordt de loopgraaf gebombardeerd. De Iraakse Christus brengt tijdelijk verlossing. Het is de oorlog, of eigenlijk een aaneenschakeling van oorlogen, die vrijwel alle verhalen in de bundel conditioneert:

“In Daniel’s company the war played out like the plot of a cartoon film. In the blink of an eye, reality lost cohesion. It fell apart, and you started to hallicunate.”

Wat hier wordt verteld over de oorlog, geldt voor de meeste verhalen in de bundel. De realiteit valt uiteen in een aaneenschakeling van geweld en misère. Dat dit niet tot louter cynisme leidt, komt door Blasims gevoel voor mysterie en symboliek. Daniel is een profeet uit de Bijbel die dromen verklaarde en de toekomst voorspelde. Blasims Daniel is geobsedeerd door radars. Daniel de profeet was in ballingschap in Babylonië, een rijk dat zich ooit uitstrekte over het huidige Irak. Blasims Daniel leeft in een door oorlog verscheurd land dat echter ook geldt als de mythologische locatie van het aardse paradijs, de hof van Eden. Een zelfmoordterrorist duikt op, er vallen doden en het verhaal eindigt in het hiernamaals. Zo wordt de sluimerende dimensie van het paradijs paradoxaal genoeg sterker, evenals het religieuze aspect.
In vrijwel alle verhalen is de dood een constante factor. Er valt niet aan te ontsnappen en als je toch in leven blijft dan verlies je wel een aantal familieleden, zoals een personage in The Green Zone Rabbit overkomt. Twee van zijn broers sterven:

“The Allahu Akbar militias took them away to an undisclosed location. They drilled lots of holes in their bodies with an electric drill and then cut of their heads.”

Een contante dreiging vormt de basis van dit verhaal dat leest als een thriller. Samen met een collega verblijft de hoofdpersoon in een villa in de ‘veilige’ groene zone van de stad. Wat ze daar doen blijft lang een raadsel. Duidelijk is dat ze wachten op orders van hogerhand.

Ook mooi is Crosswords, over een bedenker van kruiswoordpuzzels die een aanslag overleeft, maar getraumatiseerd raakt. De hoofdpersoon, zijn beste vriend, vat hun jeugd als volgt samen: “We watched the adults’ wars on television and saw how the front ate up our elders.” De meeste mensen in het Westen hebben deze oorlogen ook op televisie gezien. Blasim toont zijn lezers de waanzin en wanhoop achter de schermen en daarmee ook het belang van het vertellen zelf.
Dit belang wordt soms zelfs benadrukt, zoals in het eerste verhaal van de bundel, The Song Of The Goats, dat begint in de studio van een radiostation. Mensen zijn naar de studio gekomen om hun gruwelijke verhalen te vertellen, want het aller-gruwelijkste verhaal krijgt een prijs. De hoofdpersoon zit met andere kandidaten in de donkere studio en dan begint een stem plotseling met een wonderlijk verhaal over een jongetje dat zijn broer (al dan niet) in een soort beerput heeft geduwd. Verhalen vertellen om te overleven; niet voor niets verwijst het laatste verhaal uit de bundel, A Thousand And One Knives, naar die ene klassieke raamvertelling uit de Arabische wereld.

“Ik kan overal thuis zijn in de wereld”, zei Hassan Blasim in Pakhuis de Zwijger. Zolang hij maar kan blijven vertellen. En dat brengt mij weer bij The Fellow Traveller van Van Niekerk. Ik las het na jaren opnieuw en merk nu dat ze wel degelijk een oproep doet tot engagement en betrokkenheid met de ander. In het vliegtuig, als Elizabeth Costello half bezwijkt door een combinatie van vliegangst en ouderdom, citeert Liz een gedicht van Lucebert:

Ik wilde een keizer worden
in dit leven van dwergen,
maar ik kon de zachtheid
van de perzik niet vergeten
en bleef een heel jong kind.

Ik heb ook dagelijks de witte
halzen van de angst gezien,
de harde tanden van het licht gevreesd.
Ik kon de volle stilte van de vissen niet vergeten
en werd een heel oud kind.

Nu heb ik mijn voorhoofd
met droomkleur beschilderd.
Dag in dag uit ben ik uw vreemdeling.
Ik rook een vredespijp.

De ik-figuur/Van Niekerk vraagt zich dan het volgende af:

“Was poor old Liz, in the midst of her oppression, still trying to help me with my speech? – with what I should stress: the writer is the other, the child, the dreamer, a stranger also to herself, standing in for all strangeness, all ungainliness, all vulnerability lest its place and right in the world be inked out by the masters, the bureaucrats, the sanitisers?”

Dankzij die laatsten, de meesters en de bureaucraten, leven de personages in The Iraqi Christ van Hassan Blasim dagelijks met ‘de harde tanden van het licht’. Dus worden ze gek, zwerven rond, emigreren, trekken zich terug in Finse bossen, vertellen verhalen, moorden of worden vermoord.

 

Door: Joost Vormeer
Foto:
The U.S. Army

 

The Iraqi Christ van Hassan Blasim is voor €15,95 te koop bij Athenaeum.

De oratie van Marlene van Niekerk is hier te downloaden.

Het Grote Midden-Oosten Platform is een kennisnetwerk van professionals met het Midden-Oosten als expertise. Het Grote Midden-Oosten Platform organiseert in Pakhuis de Zwijger avonden over actuele ontwikkelingen in deze regio.

You may also like

Leave a comment